Omgang met dieren
Elk dier gedraagt zich op zijn eigen manier. De kip scharrelt, de koe graast en het varken wroet graag in de modder. Een dier kan zich niet aanpassen op de manier zoals wij dat kunnen. Je kunt het varken niet laten hinniken. Of een koe laten scharrelen. Elk dier is anders.
De kip wil geen hooi
Een dier moet je verzorgen. Hij moet eten krijgen, een stal of een ren, ruimte voor beweging en soms de hulp van de dierenarts als hij ziek is. Het is belangrijk om te weten wat een dier wil en hoe hij zich fijn voelt. Dan pas kan je echt goed voor een dier zorgen. Een koe heeft een weiland nodig, geen zitstokken zoals de kip. Een kip eet graag graan, de koe eet liever gras.
Voordat je een dier gaat verzorgen, is het belangrijk om eerst wat te leren over het dier. Wat heeft een dier nodig? Wat eet hij en wil hij een soortgenootje? Allemaal belangrijke dingen om van te voren over na te denken. Een schaap is bijvoorbeeld niet graag alleen en een kip eet geen hooi.
Afhankelijk
Huisdieren kunnen niet meer zonder ons, ze zijn van ons afhankelijk. Het zijn geen wilde dieren meer. Ze weten niet meer hoe ze zelf eten moeten zoeken. Dat hebben wij al jaaaaren voor ze gedaan. In ruil daarvoor hebben wij hun vlees gegeten en hun melk gedronken. Als je een (huis)dier neemt, moet je hier dus ook goed voor zorgen. En niet alleen de eerste week of het eerste jaar, maar zijn hele leven. Het dier is namelijk van ons afhankelijk.
